Onderwijsprogramma

                                                                                         Lees de site in een andere taal taal via Google Translate.

We beschrijven het onderwijsprogramma van Taalschool Utrecht hieronder in grote lijnen. Uitgebreide informatie, ook over de door ons gebruikte lesmethoden, kunt u lezen in het onderdeel “Voor externen; Onderwijsprogramma en methoden” van deze website.

Uitgangspunt van ons onderwijs is het streven de kinderen zoveel mogelijk op niveau te laten uitstromen naar de vervolgschool.

Kleuters

De kleuters moeten wennen aan de schoolsituatie: aan de leerkrachten, aan het omgaan met andere kinderen en aan de lessen die ze krijgen. Wij werken daarom aan veiligheid, gewoontevorming, structuur, overzicht en regelmaat. De kinderen leren de regels op school en in de klas en hoe ze met andere kinderen kunnen spelen en leren. We volgen en stimuleren de ontwikkelingsgebieden van de kleuters, zoals de fijne en grove motoriek.

De sociaal-emotionele ontwikkeling van de kleuters krijgt nadrukkelijk aandacht. Leidraad hierbij is “De Vreedzame School”, een aanpak die ook op de Utrechtse scholen gangbaar is. 

Uiteraard krijgen de kleuters veel uren mondeling Nederlands met een accent op woordenschatontwikkeling. De kleuters leren ook de klanken van het Nederlands te onderscheiden en uit te spreken. Ook bieden we grammatica aan , zoals meervoudsvormen en eenvoudige zinsbouw. Met leerlingen die uitstromen naar groep 2 en 3, werken we gericht aan lees- en rekenvoorwaarden.

naar boven ↑

Midden- en bovenbouw

Gezien de achtergronden en de migratiegeschiedenis van de leerlingen is de sociaal-emotionele ontwikkeling van groot belang. De aanpak van “De Vreedzame School” is hierbij onze leidraad. Er wordt met de leerlingen gesproken over elkaar positief benaderen, conflicthantering en gedrag tijdens leswisselingen.

In deze groepen leren leerlingen mondeling Nederlands, technisch en begrijpend lezen en spelling. In vergelijking met een reguliere basisschool besteden we veel tijd aan de Nederlandse taal.

Bij de lessen mondeling Nederlands gaat het om het aanleren van woordenschat, grammatica, klanken en taalfuncties, zoals begroeten en de weg vragen in het Nederlands.

Voor mondeling Nederlands werken we groep doorbrekend, zodat een leerkracht niet meer dan een of maximaal twee niveaus heeft. De andere vakken worden gegeven in de basisgroep met leerlingen van ongeveer dezelfde leeftijd.

Leerlingen leren het aanvankelijk en voortgezet technisch lezen. We houden hierbij uiteraard rekening met het gegeven of de leerling wel of geen school heeft bezocht in het herkomstland en al of niet gealfabetiseerd is in de eigen taal.

Begrijpend lezen doen we door actuele teksten te lezen en zo de kennis van de wereld van de leerlingen uit te breiden.

Leerlingen die al wat langer op de Taalschool zijn, krijgen ook les in spelling van de onveranderlijke woorden en leerlingen die uitstromen naar de hoogste groepen van de basisschool en het voortgezet onderwijs krijgen ook werkwoordspelling.

Naast onderdelen van de Nederlandse taal, staat ook rekenen op het lesrooster. Speciaal aandachtspunt hierbij is het leren van de “rekentaal”.

Er wordt aandacht besteed aan fijne motoriek en (technisch) schrijven met het doel een duidelijk leesbaar handschrift te behouden of te ontwikkelen.

Natuurlijk heeft ook de creatieve ontwikkeling van de leerlingen onze aandacht. Het gaat hierbij om muziek, expressie, tekenen en handvaardigheid. Meestal is dat in het verlengde van de lessen mondeling Nederlands. We zingen liedjes die daarbij aansluiten, de leerlingen werken aan creatieve verwerkingsopdrachten of spelen situaties uit die te maken hebben met het thema of de aangeboden woordenschat.

Cultuureducatie krijgt wekelijks apart aandacht. We werken hierbij in projecten, waarbij beeldende vorming, zang, dans en toneel aan bod komen.

Voorafgaande aan iedere vakantie is het “Mozaïektijd”. Alle groepen verzorgen een uitvoering voor elkaar en voor de leerkrachten, zoals een lied of een toneelstukje.

Bewegingsonderwijs staat wekelijks op het lesrooster en wordt gegeven door een vakleerkracht.

De leerlingen leren om te gaan met de computer. De computer wordt gebruikt voor de lessen taal en rekenen. 

 

naar boven ↑